|
|
.
E E R S T E N A A M S V E R K L A R I N G
De naam moet gesplitst worden in twee delen: - HOGE of
HOOG en - MA Het achtervoegsel MA is hierbij een
inkorting van het Friese woord MADE, wat terp betekent. De naam HOGEMA
OF HOOGMA zou dus betekenen: HOGETERP of HOOGTERP.
Deze
wijze van naamsverklaring is via overlevering bekend binnen
verschillende takken van de Hogema-familie. Deze naamsverklaring is
echter in relatie met het plaatsje Bozum niet bekend bij professor Breuker
van de Fryske Akademie. (zie tweede naamsverklaring)

|
|

T W E E D E N A A M S V E R K L A R I N G
Tijdens een lezing van professor Ph. H. Breuker van de Fryske Akademy
op 23 februari 1991 voor het Nammekundich wurkferbân (naamkundig
werkverband) in Leeuwarden komt het volgende aan de orde:
De naam
Hogema wordt het eerst in de registers van/over Bozum aangetroffen
op 5 april 1666. Dit betreft Dingnom (Dinglum) Allards Hogema. Hij gaat te
Leeuwarden in ondertrouw met Aeffke Jacobs en trouwt te Leeuwarden op 6 mei
1666. In de trouwakte staat Dinglum Allards Hogema vermeld met het
beroep van bakker, komende uit Bozum.
Na 1600 worden boerderijnamen
niet meer als uitgangspunt voor achternamen gebruikt, behalve bij
eigenaren. Dit gebeurde pas weer opnieuw in de 18e eeuw.De familie (niet de
naam) is reeds bekend van voor 1600.
In de 16e eeuw waren familienamen
eindigend op -ma, afgeleid van plaatsnamen, zeldzaam. Het is zelfs de
vraag of ze überhaupt al bestaan hebben. Zijn (professor Breuker)
veronderstelling is, dat de naam HOGE-MA afgeleid is van de, in Friesland
bekende, voornaam HOEGE.
HOEGE is de Friese naam voor
HUGO.
Er zal in ieder geval voor de familienaam HOGEMA
vanuit gegaan moeten worden, dat het een heel oude naam is. Mogelijk toch
verbonden aan een boerderij bewoond of in eigendom van ene HUGO.
Enige
verbinding met een HOGE plaats in Bozum moet volgens professor
Breuker uitgesloten geacht worden. Geen van de hoog gesitueerde plaatsen in
de gemeente Bozum is volgens hem in verband te brengen met namen uit de
genealogische gegevens van de familie HOGEMA/HOOGMA. Naderhand echter is
mij duidelijk geworden, dat geheel Bozum op meerdere terpen gebouwd
is, zodat wel degelijk een relatie en een misschien niet onbelangrijke
kan bestaan.
In een latere briefwisseling (1995) schrijft
professor Breuker nog het volgende: In 1554 en 1556 woont in Bozum een
Allert Hotses, getrouwd met een Tzyets. Hij zou de vader van Lysbeth Allards
kunnen zijn. Allert Hotses was mogelijk boer op het latere 26, dat in de
Buren (Fries: Buorren = een algemene aanduiding voor het bebouwde deel van
een dorp) op het Ameland lag, niet ver van het Hoog af.
Verderop in de
brief legt hij nog een mogelijke verbinding met Uylck Allerts Hoogh en het
Bozumer Hoog. Deze briefwisseling vereist echter nog nader
onderzoek.
naar boven

|
|
D E R D E N A A M S V E R K L A R I N G
Derde naamsverklaring
 In Roderwolde (gemeente Roden) in
Drenthe, aan de oostpunt van het Leekstermeer, tussen de Matsloot in Drenthe
en de Munnikensloot in Groningen, pal aan de grens met de provincie
Groningen, heeft ooit een buitenhuis genaamd HOOGEMA
gestaan.
Op de plek van dit buitenhuis, Matsloot 4, heeft een boerderij
gestaan, die voor enige jaren de naam HOOGEMA heeft gedragen. De
huidige eigenaar is hiervan op de hoogte en heeft het plan zijn nieuw
gebouwde boerderij eveneens de naam Hoogema te geven.
De boerderij is
gelegen op een verhoging in het landschap en omringd door een sloot. Even
verderop aan de Matsloot staat een paviljoen dat nu nog de naam HOOGEMA
voert. Dit paviljoen maakt deel uit van een jachthaven.
In de
"Goorspraken van Drenthe" (1563 -1565) komen we de naam Hoge Maeden
op twee plaatsen tegen:
"Eelde 28-02-1564, folio 92 Roederwoldt".
Luithen Thesen wordt hier gedagvaard om naar Roederwolde te komen naar het
huis van Jan Reyners. Vastgesteld moet worden hoe Brechte toe Maethuisen de
verdeling van het hooi, staande op Libbingehorne en Hoge Maeden en de verdere
deelbare goederen van haar overleden man Reyner Thesens kan laten plaatsvinden
over haarzelf en haar zoon Tyman. Dit nadat het Lantrecht door het overlijden
van zijn broer op Reyner is overgegaan.
II "Vries 24-03-1565, folio
138" (Eelde staat hier in het hoofdstuk Vries) Luithen Thesen eist de
helft van de nalatenschap van broer Reyner op van Brecht toe Maethuisen en haar
zoon Tymen.
Uit het "Register van Feith, Archivaris van Groningen
in de vorige eeuw" halen we nog de volgende zaken:in 1615 6 graesen land in
de Hoogemaede, onder de klok van Roderwolde, verkocht wordt door de voogden van
Hille Jacobs, dochter van Jacobs en Rennelt, aan Catharina, dochter van
Lambert Dreal.in 1616 verkoopt Krabbe Reiners 5 graesen land op de Hoge Maede,
onder de klokslag van Roderwolde, aan Harmen Jans.
De hierna volgende
gegevens van de boerderij/het paviljoen komen uit het boek "Huizen van
stand" van o.m. J. Bos. Dit boek beschrijft de geschiedenis van een
aantal Drentse Havezaten en ander Herenhuizen en hun bewoners. In dit
boek wordt over het buitenhuis Hoogema (boerderij of paviljoen) het
volgende geschreven (aangevuld met tussen () enkele gegevens uit het register
van Feith):
I Op 28 juni 1698 verklaart een zekere dr. Eijsonius uit
Groningen, dat hij nomine uxoris een plaatsje op Zandebuur onder Roderwolde
(op 'd Hogemaed, groot circa 69 graesen land met alle des selfs
gerechtigheden, privilegieen en vrijheden ook servieten en lasten voor 1000
Caroly gulden) verkocht (op 26-06-1685) heeft aan mr. Geert Havestadt.
II
Kleinzoon Wiardus Havestadt verkoopt in 1722 zijn eigendom aan zijn voogd,
Johan Hindrick Entrup. Aangezien Wiardus minderjarig is moet er
toestemming gegeven worden door de Etstoel en de Burgemeesteren en Raad van
Groningen.
In 1730 is er sprake van een huis van enig aanzien. Uit de
aantekeningen van inkomsten en uitgaven van de pastorie blijkt namelijk, dat de
heer Entrup een bijdrage betaalt en dat "de boer op het schathuijs" dezelfde
bijdrage betaalt. Er bestond dus een huis én een schathuijs: mogelijk het
paviljoen en de boerderij.
Dr. Eyssonius wordt in de Groninger
Volksalmanak genoemd als Hoogleraar in de Geneeskunde van 1654 -
1690.
Onderzocht: Boeken der Trekcedullen Arch.nr.: HJK 1359, 1360 en
1364.
De vertaling van de naam HOGEMA in HOGE
TERP, zoals in naamsverklaring 1, wordt door de beheerder van het
paviljoen Hoogema onderschreven. Blijkbaar is dit een Drenths/Groningse
vertaling.
Enige relatie tussen de gebruikte naam HOOGEMA en een bij mij
bekend familieverband is tot nu toe niet gevonden. Maar wellicht komt Arien
hier vandaan.
Invalshoek voor verder onderzoek kan zijn het archief
van Cisterciënserabdij te Aduard. Het Leekstermeer vormde in 1595 een deel
van de zuidgrens van hun bezittingen. Het graven van de Munnikesloot, op de
grens van het landgoed Hoogema, is in ieder geval een van hun activiteiten
geweest.
In de Kroniek van het klooster Aduard wordt in bijlage VII,
betreffende de Rentmeestersrekening uit 1595, op bladzijde 159, gesproken
over: "Landen toe Oestwolt" (Oostwold bij het Leekstermeer). Het betreft
hier 350 graezen lantz in Oostwolder-karspel, waarover de afgelopen 16 jaar
geen inkomsten geweest is.
De verklaring hiervan zou zijn, de verwoesting
waaraan de Ommelanden in de jaren vóór de Reductie hebben bloot gestaan en
van de verwaarlozing, waaraan het boerenbedrijf dientengevolge was
overgeleverd.
Alle kaarten in de Historische Atlas van Groningen
geven aan, dat de boerderij Hogema in de provincie Drenthe ligt. Zowel de
grens op de Provinciekaart, de grens op de Kerspelkaart, als de grens op de
kaart van het bezit van de Cisterciëners van Aduard loopt exact lang de
boerderij Hoogema.
naar boven

|
|

V I E R D E R N A A M S V E R K L A R I N G
HOGEMAHEERT in Groningen.
 In de plaats Toornwerd in de gemeente
Middelstum staat een boerderij met de naam Hogemaheert. Enige relatie met
onze familienaam heb ik tot nu toe niet kunnen vinden.
naar boven

|
|

V I J F D E N A A M S V E R K L A R I N G
In het boek “De Friesche Eigennamen Verklaard" van B.J. Schurer (1939)
wordt beschreven, dat het achtervoegsel ma gezien moet worden als een
overblijfsel van het woord man of van het meervoud van man, in
het Oudfriesch (vóór 1500) voorkomende als mona of mena =
mannen. Hoog-ma kan dus betekenen: "man van Hoog"
In Groningen
werd vaak een "stomme" e tussengevoegd in de van oorsprong
Friese naam. Vandaar wellicht dat de naam Hogema als van Groningse in
plaats van Friese komaf wordt beschouwd. Geen van de afstammingslijnen
gaat vooralsnog richting Groningen.
naar boven

|
|

Z E S D E N A A M S V E R K L A R I N G
Bij Leiden in de provincie Zuid Holland ligt het plaatsje Hoogmade. Een
verbinding met de familie Hoogma/Hogema is niet te maken. Als enig
mogelijk aanknopingspunt richting Friesland (Leeuwarden) zie ik de volgende
vermelding in de "Collectie van de Lely van Oudewater": Abraham van den
Tempel, zoon van Catharina Adriaansdochter van Alckemade, leackendrapier,
jongeman van Leeuwarden, wonende op de Hoogewoert trouwt op 22-03-1648 met
Catharina Pietersdochter van Hoogemade, (voor-)dochter van Pieter Gerritszoon
van Hogemade, lakenreeder te Leiden, jongedochter van Leyden. Zij vertrekken
op 01-05-1660 naar Amsterdam.

|
|

O V E R I G G E B R U I K V A N D E F A M I L I E N A A M
Op nog vier plaatsen ben ik de naam Hogema tegengekomen.
1)
In Rotterdam zit een makelaarskantoor met de naam Hogema. Dit kantoor heeft
niet van doen met de familie Hogema. De naam komt voor uit een samenvoeging van
de eerste letters van de volledige bedrijfsnaam, namelijk: Haver
Onroerend Goed Exploitatie Maatschappij
2) In Keulen, Duitsland zit ook een firma Hogema. Zij zijn
opgericht in 1990 en handelen in tweedehands machines. Hier is de naam ook
samengesteld uit de beginletters van de volledige firmanaam,
namelijk: HOmmels GEbrauchte MAchinenhandel.
3) In het Spaanse Register van Ondernemingen staat het volgende
bedrijf geregistreerd: HOGEMA INMUEBLES, S. A.
4) In Mexico –
Navojoa bestaat een firma Hogema S.A. de c.v. Real
Estate
naar boven

|
|

F A M I L I E N A A M H O G E M A I N E E N R O M A N
DE RODE HAND A. Van Aardenburg (Uit de serie van Bas
Banning)
Onderstaande samenvatting én bijgevoegd plaatje zijn op mijn
site geplaatst met toestemming van uitgever De Fontein
Uittreksel van
Bas Banning en De Rode Hand Bas Banning (reporter) moet van zijn baas
Lagerwei een artikel en enkele belangrijke foto‘s gaan afhalen bij de bekende
schrijver Hogema. Na een zeer vermoeiende reis geraakt Bas dan toch tot bij
Hogema, waar hij blijft overnachten omwille van de slechte weersomstandigheden.
Tijdens deze nacht wordt dochter Mieke ontvoerd. De politie telefonisch
waarschuwen lukte niet vanwege een dode lijn. In de vroege ochtend melden twee
van de ontvoerders zich. Ze verzekerden de familie dat Mieke niets zou
overkomen, zolang ze de politie er maar niet van op de hoogte brachten. Bas
moest van de mannen naar huis gaan. Dit deed hij echter niet, in plaats van naar
huis te gaan ging Bas naar een verlaten chalet in de buurt van Hogema‘s huis.
Tot zijn grote verbazing ziet hij dat Mieke Hogema daar ook is. Het kleine
meisje blijkt al ontsnapt uit de handen van haar bewakers. Ondertussen had
Hogema de twee mannen al overmeesterd en hij was er zelfs al in geslaagd de
politie te verwittigen. Deze was na enige tijd te weten gekomen waar ze Mieke
gevangen hielden. Maar bij aankomst bleek Mieke er niet te zijn. De bewakers van
Mieke die er wel nog waren werden ter plekke earresteerd en weggebracht. Na een
kleine beraadslaging begon de politie met een zoekactie in het bos. Na enkele
uurtjes zoeken vonden ze Mieke en Bas in de verlaten chalet. Hogema was zeer
blij dat zijn dochtertje Mieke terecht. Hij bedankte de hulpdiensten en Bas dan
ook meermaals. De daders bleken niet alleen schuldig te zijn aan ontvoering maar
ook aan smokkel van diamanten waarvoor ze al eens eerder veroordeeld voor waren,
toen stonden ze bekend als ‘ De Rode Hand‘ . De rechter was dan ook niet mals
voor de beschuldigden en gaf hen elk 35 jaar effectieve
opsluiting.
naar boven
|
|

Copyright (c) 2007 J.P.F. Hogema. All rights reserved.
jan@hogema.org |